zondag 29 augustus 2010

Geringd.

De brievenbus kleppert en spuugt folders uit over de mat. Geïrriteerd loop ik naar de deur, gris het papier bijeen en trek de deur open.
Er zit immers niet voor niets een sticker op de deur met ‘geen folders.’
Voor ik iets kan zeggen, neemt de oude man, die nog voor de deur staat, het woord:

“ Je hebt een mooie hobby.”

Verwonderd kijk ik terug. Hoe weet de man dat?

“Hobby?” herhaal ik vragend en doe onbewust een stapje opzij om de man langs te laten, die zonder te vragen langs me heen naar binnen loopt.

“Je bent toch duivenmelker? Dat was mijn mooiste bezigheid, zie je.
Sinds ik ziek ben, kan ik de wedstrijden helaas niet meer uitoefenen en er zaten zulke mooie beestjes bij,” besluit de man zijn vurige betoog. Zijn ogen glimmen donker.

Na die dag zien we elkaar regelmatig. De oude man en ik.
Op een dag zegt hij, dat ik voor hem als de zoon voel, die hij nooit heeft gehad. Trots toont hij zijn bekers en prijzen die hij gewonnen heeft met de wedstrijden.

De laatste tijd overvalt hij me met de haast die hij maakt om informatie uit te wisselen. Met veel enthousiasme en liefde, dat nog steeds. Maar zijn gezicht is vertrokken van pijn. Zijn gezondheid wordt met de dag slechter. Ik maak me ernstig zorgen en maan hem tot rust. Voorzichtig til ik hem uit zijn stoel. Hij voelt licht en breekbaar aan, wanneer ik hem op bed neerleg. Als ik naar de deur loop, hoor ik zacht mijn naam.

‘’Wacht even. Ik wil even iets overleggen. Je moet met mijn huisarts praten, want hij wil niet naar mij luisteren.”
De oude man zucht zwaar voor hij verder gaat.
“Ik wil zo niet meer verder leven. Ik heb al mijn informatie aan jou overgedragen, het is goed zo!”
De man lijkt te slapen. Terwijl ik een grijze pluk haar langs zijn voorhoofd weg veeg, overdenk ik stil zijn wens. Zonder zijn ogen open te doen, pakt hij mijn hand.

“Wil je dat beloven?”

En ik heb het beloofd. Zonder spijt, al mis ik de oude man verschrikkelijk in mijn leven.
De huisarts had uiteindelijk willen helpen, al moest ik hem het min of meer afdwingen.
Het oude hek kraakt. De roestige scharnieren geven moeizaam mee.
Knerpende steentjes schieten weg onder mijn zolen, terwijl ik het bekende pad af loop.
Het graf ligt er mooi verzorgd bij in de avondlucht. Ik kniel naast het bed violen en steek het windlicht aan.

Ik praat hardop en vertel dat mijn duiven vandaag voor de derde keer op rij hebben gewonnen in een half jaar tijd. Terwijl ze vroeger nog geen tiende werden op de lange afstand.
Het wordt koud. Ik blaas wolkjes lucht uit, terwijl ik de oude man bedank.
Mijn vinger volgt de sierlijke tekst, die in het marmer uitgesneden is.


Verwondering is het begin van wijsheid.



©Lind@ de Jong.



Ps. Voor jou, omdat dit verhaal niet verloren mag gaan.

1 opmerking:

  1. Mooi verhaal, diepe betekenis!
    Verwondering is het begin van wijsheid!
    Verwondering die je had toen de oude man langs je naar binnen ging! Een cadeau krijgen zonder het te weten!

    BeantwoordenVerwijderen