zondag 29 augustus 2010

Meesterwerk.

Als een magneet trekt ze mensen naar zich toe. Ze wentelt zich in geliefdheid en geniet van alle aandacht en lieve woorden die ze iedere dag krijgt. Als ze al die reacties mag geloven is ze lief, aardig en behept met een knap uiterlijk. Die combinatie schijnt waardevol te zijn.
Onopgemerkt groeit haar vrienden aantal en komt er steeds minder tijd. Zodra ze online komt, heeft ze handen tekort om iedereen berichtjes terug te sturen. Haar inbox puilt uit en ze komt niet meer toe aan wat werkelijk van belang is.

Zodra ze wakker is en de kinderen naar school toe zijn, voert ze met een kop koffie in haar hand, haar performance op. Hoge eisen worden gesteld aan haar vaardigheden en communicatie, niet in de eerste plaats door haarzelf. Als een echte professional overtuigt ze iedereen van haar kunnen. Ook als persoon weet ze zich te presenteren. Mensen vinden haar uniek en waardevol.

Het leven op internet wordt steeds meer een echte soap, waar ze zelf de hoofdrol in blijkt te spelen.
Wanneer het precies begonnen is, weet ze achteraf niet meer.
Ze had een mailtje van een vroeger schoolvriendinnetje gekregen. Het bleef maar door haar hoofd heen malen, dat ze haar terug moest schrijven over hoe lief en bijzonder het berichtje was.

Haar tijd gaat echter steeds meer op aan andere dingen. Is het niet om te reageren op een foto, dan wel omdat ze achter loopt met lezen en of schrijven. De opdrachten rijzen de pan uit en voor ze het weet is het niet leuk meer, omdat het af moet en de tijd eigenlijk al om is.

Op een avond is ze in gesprek met een lieve vriendin. Na wat doelloos surfen over sites, komt ze onbewust op die van haar oude schoolvriendinnetje. Eindelijk, dat had ze veel eerder moeten doen. Met de vingers in de aanslag boven het toetsenbord leest ze met afgrijzen dat het te laat is.
Kippenvel kruipt over heel haar lijf, als ze leest dat het schoolvriendinnetje net een dag ervoor is overleden. Ze voelt zich schuldig. Ze had het veel te lang uitgesteld.
Of was het ijdel, om te denken dat de bewuste vriendin haar nodig zou hebben gehad en op haar mailtje zou hebben gewacht?

Ze komt er niet uit en blijft haar eigen gedrag evalueren.
Hoe zit dat dan, met mensen troosten, omdat ze verdriet hebben. Doe je dat voor die ander of uiteindelijk voor jezelf? Ze had altijd gedacht, dat ze het voor die ander deed, maar twijfel zaait onrust in haar hart.

Ze zet de computer aan. Achter het beeldscherm speelt zich een interactieve wereld af, die als spiegel fungeert. Alledaagse situaties zetten je voor een vraagstuk. Achter iedere soapspeler schuilt immers een waar mens met een verleden, heden en met een echt hart.

Ze besluit om haar hoofdrol neer te leggen, die hoeft ze niet meer.
De glans is er af. Een bijrolletje is goed genoeg. Ze heeft immers nooit een groot toneelspeler willen zijn.





Lind@ de Jong

In opdracht van crème de la crème
Hyves

Een roze begin.

Wie had ooit kunnen denken, dat dit mooie sprookje zo in duigen zou vallen. Maar laat ik bij het begin beginnen.

‘Een roze begin,’ schreef ze met grote sierletters bovenaan de bladzijde van het fotoalbum.

Hij had haar gekozen uit al die andere vrouwen. Een blik was genoeg geweest om hun leven samen te bekronen met een diamanten ring. Als dat niet sprookjeswaardig was? Iedere keer als hij haar aankeek met die speciale blik, begon ze als vanzelf te stralen. De blos op haar wangen maakte haar gezichtje nog mooier en het gevoel nog intenser. Hun liefde was vanzelfsprekend, die zou nooit overgaan. Samen maakten ze plannen over reizen en de invulling van hun leven. Er kwamen veel vrienden en na hard werken werd ook het huis met de grote tuin realiteit.

Alles om gelukkig van te worden, zou je zeggen. Op een dag verscheen er een wolk aan de blauwe hemel, die nooit meer helemaal weg zou gaan. Het lukte maar niet om een wens in vervulling te laten gaan. Het kindje waar ze samen zo naar verlangden.

Het fotoboek wordt steeds meer een soort dagboek, waar vele emoties in worden verwerkt.
Teleurstellingen, frustraties en puur verdriet kleuren de bladzijden grijs. Vele onderzoeken later blijkt, dat hoezeer Moeder Natuur zich ook doet gelden, het probleem niet te verhelpen is. Voorzichtig oppert de dokter de mogelijkheid van adoptie. Bladzijden worden verdrietig omgeslagen, dromen langzaam bijgesteld. Zou het kunnen, om zoveel van een kindje van een andere vrouw te houden. Het de liefde te geven waar het recht op heeft? De kleuren beginnen weer te sprankelen. Er ontstaan nieuwe verhalen over hoop en lang wachten.

Eindelijk is het zo ver. Het bellen en schrijven heeft gestalte gekregen in een klein meisje.
Het babykamertje gloort in de prille morgenzon. De belofte mag eindelijk worden ingevuld.
Nog even, dan zullen kindergeluiden de ruimte vullen. Ze dagdroomt van uitgestoken handjes in de lucht.

Opgetogen met een blij hart vertrekken ze met het vliegtuig. Uitgezwaaid door vrienden en familie. De warmte valt als een lappendeken op hun schouders wanneer ze uitstappen in Haïti. Er hangt een vreemde sfeer. Het onrustige gevoel negerend, willen ze zo snel mogelijk naar het hotel, waar straks de ontmoeting met hun nieuwe kindje zal plaatsvinden. Het zullen vast zenuwen zijn.

Wanneer de vrouw van de kinderbescherming binnenkomt, valt er een last van haar schouders. Alles is goed zo. Het houden van gaat als vanzelf. Ogen vinden elkaar als vanouds, ze straalt weer. Hij slaat zijn armen om hen heen en praat over lieve sprookjes die toch blijken te bestaan. Met de baby in haar armen, ontwaakt instinctief het moedergevoel. Ze zal haar beschermen tegen al het onrecht en gevaar in de wereld. Trots welt hevig op, evenals het plotselinge geraas en getril van de ruimte om hen heen, die als een kaartenhuis instort.
[/i]


Lind@ de Jong


Geschreven voor het fantasierijk (Hyves)

Geringd.

De brievenbus kleppert en spuugt folders uit over de mat. Geïrriteerd loop ik naar de deur, gris het papier bijeen en trek de deur open.
Er zit immers niet voor niets een sticker op de deur met ‘geen folders.’
Voor ik iets kan zeggen, neemt de oude man, die nog voor de deur staat, het woord:

“ Je hebt een mooie hobby.”

Verwonderd kijk ik terug. Hoe weet de man dat?

“Hobby?” herhaal ik vragend en doe onbewust een stapje opzij om de man langs te laten, die zonder te vragen langs me heen naar binnen loopt.

“Je bent toch duivenmelker? Dat was mijn mooiste bezigheid, zie je.
Sinds ik ziek ben, kan ik de wedstrijden helaas niet meer uitoefenen en er zaten zulke mooie beestjes bij,” besluit de man zijn vurige betoog. Zijn ogen glimmen donker.

Na die dag zien we elkaar regelmatig. De oude man en ik.
Op een dag zegt hij, dat ik voor hem als de zoon voel, die hij nooit heeft gehad. Trots toont hij zijn bekers en prijzen die hij gewonnen heeft met de wedstrijden.

De laatste tijd overvalt hij me met de haast die hij maakt om informatie uit te wisselen. Met veel enthousiasme en liefde, dat nog steeds. Maar zijn gezicht is vertrokken van pijn. Zijn gezondheid wordt met de dag slechter. Ik maak me ernstig zorgen en maan hem tot rust. Voorzichtig til ik hem uit zijn stoel. Hij voelt licht en breekbaar aan, wanneer ik hem op bed neerleg. Als ik naar de deur loop, hoor ik zacht mijn naam.

‘’Wacht even. Ik wil even iets overleggen. Je moet met mijn huisarts praten, want hij wil niet naar mij luisteren.”
De oude man zucht zwaar voor hij verder gaat.
“Ik wil zo niet meer verder leven. Ik heb al mijn informatie aan jou overgedragen, het is goed zo!”
De man lijkt te slapen. Terwijl ik een grijze pluk haar langs zijn voorhoofd weg veeg, overdenk ik stil zijn wens. Zonder zijn ogen open te doen, pakt hij mijn hand.

“Wil je dat beloven?”

En ik heb het beloofd. Zonder spijt, al mis ik de oude man verschrikkelijk in mijn leven.
De huisarts had uiteindelijk willen helpen, al moest ik hem het min of meer afdwingen.
Het oude hek kraakt. De roestige scharnieren geven moeizaam mee.
Knerpende steentjes schieten weg onder mijn zolen, terwijl ik het bekende pad af loop.
Het graf ligt er mooi verzorgd bij in de avondlucht. Ik kniel naast het bed violen en steek het windlicht aan.

Ik praat hardop en vertel dat mijn duiven vandaag voor de derde keer op rij hebben gewonnen in een half jaar tijd. Terwijl ze vroeger nog geen tiende werden op de lange afstand.
Het wordt koud. Ik blaas wolkjes lucht uit, terwijl ik de oude man bedank.
Mijn vinger volgt de sierlijke tekst, die in het marmer uitgesneden is.


Verwondering is het begin van wijsheid.



©Lind@ de Jong.



Ps. Voor jou, omdat dit verhaal niet verloren mag gaan.