Als een magneet trekt ze mensen naar zich toe. Ze wentelt zich in geliefdheid en geniet van alle aandacht en lieve woorden die ze iedere dag krijgt. Als ze al die reacties mag geloven is ze lief, aardig en behept met een knap uiterlijk. Die combinatie schijnt waardevol te zijn.
Onopgemerkt groeit haar vrienden aantal en komt er steeds minder tijd. Zodra ze online komt, heeft ze handen tekort om iedereen berichtjes terug te sturen. Haar inbox puilt uit en ze komt niet meer toe aan wat werkelijk van belang is.
Zodra ze wakker is en de kinderen naar school toe zijn, voert ze met een kop koffie in haar hand, haar performance op. Hoge eisen worden gesteld aan haar vaardigheden en communicatie, niet in de eerste plaats door haarzelf. Als een echte professional overtuigt ze iedereen van haar kunnen. Ook als persoon weet ze zich te presenteren. Mensen vinden haar uniek en waardevol.
Het leven op internet wordt steeds meer een echte soap, waar ze zelf de hoofdrol in blijkt te spelen.
Wanneer het precies begonnen is, weet ze achteraf niet meer.
Ze had een mailtje van een vroeger schoolvriendinnetje gekregen. Het bleef maar door haar hoofd heen malen, dat ze haar terug moest schrijven over hoe lief en bijzonder het berichtje was.
Haar tijd gaat echter steeds meer op aan andere dingen. Is het niet om te reageren op een foto, dan wel omdat ze achter loopt met lezen en of schrijven. De opdrachten rijzen de pan uit en voor ze het weet is het niet leuk meer, omdat het af moet en de tijd eigenlijk al om is.
Op een avond is ze in gesprek met een lieve vriendin. Na wat doelloos surfen over sites, komt ze onbewust op die van haar oude schoolvriendinnetje. Eindelijk, dat had ze veel eerder moeten doen. Met de vingers in de aanslag boven het toetsenbord leest ze met afgrijzen dat het te laat is.
Kippenvel kruipt over heel haar lijf, als ze leest dat het schoolvriendinnetje net een dag ervoor is overleden. Ze voelt zich schuldig. Ze had het veel te lang uitgesteld.
Of was het ijdel, om te denken dat de bewuste vriendin haar nodig zou hebben gehad en op haar mailtje zou hebben gewacht?
Ze komt er niet uit en blijft haar eigen gedrag evalueren.
Hoe zit dat dan, met mensen troosten, omdat ze verdriet hebben. Doe je dat voor die ander of uiteindelijk voor jezelf? Ze had altijd gedacht, dat ze het voor die ander deed, maar twijfel zaait onrust in haar hart.
Ze zet de computer aan. Achter het beeldscherm speelt zich een interactieve wereld af, die als spiegel fungeert. Alledaagse situaties zetten je voor een vraagstuk. Achter iedere soapspeler schuilt immers een waar mens met een verleden, heden en met een echt hart.
Ze besluit om haar hoofdrol neer te leggen, die hoeft ze niet meer.
De glans is er af. Een bijrolletje is goed genoeg. Ze heeft immers nooit een groot toneelspeler willen zijn.
Lind@ de Jong
In opdracht van crème de la crème
Hyves
zondag 29 augustus 2010
Een roze begin.
Wie had ooit kunnen denken, dat dit mooie sprookje zo in duigen zou vallen. Maar laat ik bij het begin beginnen.
‘Een roze begin,’ schreef ze met grote sierletters bovenaan de bladzijde van het fotoalbum.
Hij had haar gekozen uit al die andere vrouwen. Een blik was genoeg geweest om hun leven samen te bekronen met een diamanten ring. Als dat niet sprookjeswaardig was? Iedere keer als hij haar aankeek met die speciale blik, begon ze als vanzelf te stralen. De blos op haar wangen maakte haar gezichtje nog mooier en het gevoel nog intenser. Hun liefde was vanzelfsprekend, die zou nooit overgaan. Samen maakten ze plannen over reizen en de invulling van hun leven. Er kwamen veel vrienden en na hard werken werd ook het huis met de grote tuin realiteit.
Alles om gelukkig van te worden, zou je zeggen. Op een dag verscheen er een wolk aan de blauwe hemel, die nooit meer helemaal weg zou gaan. Het lukte maar niet om een wens in vervulling te laten gaan. Het kindje waar ze samen zo naar verlangden.
Het fotoboek wordt steeds meer een soort dagboek, waar vele emoties in worden verwerkt.
Teleurstellingen, frustraties en puur verdriet kleuren de bladzijden grijs. Vele onderzoeken later blijkt, dat hoezeer Moeder Natuur zich ook doet gelden, het probleem niet te verhelpen is. Voorzichtig oppert de dokter de mogelijkheid van adoptie. Bladzijden worden verdrietig omgeslagen, dromen langzaam bijgesteld. Zou het kunnen, om zoveel van een kindje van een andere vrouw te houden. Het de liefde te geven waar het recht op heeft? De kleuren beginnen weer te sprankelen. Er ontstaan nieuwe verhalen over hoop en lang wachten.
Eindelijk is het zo ver. Het bellen en schrijven heeft gestalte gekregen in een klein meisje.
Het babykamertje gloort in de prille morgenzon. De belofte mag eindelijk worden ingevuld.
Nog even, dan zullen kindergeluiden de ruimte vullen. Ze dagdroomt van uitgestoken handjes in de lucht.
Opgetogen met een blij hart vertrekken ze met het vliegtuig. Uitgezwaaid door vrienden en familie. De warmte valt als een lappendeken op hun schouders wanneer ze uitstappen in Haïti. Er hangt een vreemde sfeer. Het onrustige gevoel negerend, willen ze zo snel mogelijk naar het hotel, waar straks de ontmoeting met hun nieuwe kindje zal plaatsvinden. Het zullen vast zenuwen zijn.
Wanneer de vrouw van de kinderbescherming binnenkomt, valt er een last van haar schouders. Alles is goed zo. Het houden van gaat als vanzelf. Ogen vinden elkaar als vanouds, ze straalt weer. Hij slaat zijn armen om hen heen en praat over lieve sprookjes die toch blijken te bestaan. Met de baby in haar armen, ontwaakt instinctief het moedergevoel. Ze zal haar beschermen tegen al het onrecht en gevaar in de wereld. Trots welt hevig op, evenals het plotselinge geraas en getril van de ruimte om hen heen, die als een kaartenhuis instort.
[/i]
Lind@ de Jong
Geschreven voor het fantasierijk (Hyves)
‘Een roze begin,’ schreef ze met grote sierletters bovenaan de bladzijde van het fotoalbum.
Hij had haar gekozen uit al die andere vrouwen. Een blik was genoeg geweest om hun leven samen te bekronen met een diamanten ring. Als dat niet sprookjeswaardig was? Iedere keer als hij haar aankeek met die speciale blik, begon ze als vanzelf te stralen. De blos op haar wangen maakte haar gezichtje nog mooier en het gevoel nog intenser. Hun liefde was vanzelfsprekend, die zou nooit overgaan. Samen maakten ze plannen over reizen en de invulling van hun leven. Er kwamen veel vrienden en na hard werken werd ook het huis met de grote tuin realiteit.
Alles om gelukkig van te worden, zou je zeggen. Op een dag verscheen er een wolk aan de blauwe hemel, die nooit meer helemaal weg zou gaan. Het lukte maar niet om een wens in vervulling te laten gaan. Het kindje waar ze samen zo naar verlangden.
Het fotoboek wordt steeds meer een soort dagboek, waar vele emoties in worden verwerkt.
Teleurstellingen, frustraties en puur verdriet kleuren de bladzijden grijs. Vele onderzoeken later blijkt, dat hoezeer Moeder Natuur zich ook doet gelden, het probleem niet te verhelpen is. Voorzichtig oppert de dokter de mogelijkheid van adoptie. Bladzijden worden verdrietig omgeslagen, dromen langzaam bijgesteld. Zou het kunnen, om zoveel van een kindje van een andere vrouw te houden. Het de liefde te geven waar het recht op heeft? De kleuren beginnen weer te sprankelen. Er ontstaan nieuwe verhalen over hoop en lang wachten.
Eindelijk is het zo ver. Het bellen en schrijven heeft gestalte gekregen in een klein meisje.
Het babykamertje gloort in de prille morgenzon. De belofte mag eindelijk worden ingevuld.
Nog even, dan zullen kindergeluiden de ruimte vullen. Ze dagdroomt van uitgestoken handjes in de lucht.
Opgetogen met een blij hart vertrekken ze met het vliegtuig. Uitgezwaaid door vrienden en familie. De warmte valt als een lappendeken op hun schouders wanneer ze uitstappen in Haïti. Er hangt een vreemde sfeer. Het onrustige gevoel negerend, willen ze zo snel mogelijk naar het hotel, waar straks de ontmoeting met hun nieuwe kindje zal plaatsvinden. Het zullen vast zenuwen zijn.
Wanneer de vrouw van de kinderbescherming binnenkomt, valt er een last van haar schouders. Alles is goed zo. Het houden van gaat als vanzelf. Ogen vinden elkaar als vanouds, ze straalt weer. Hij slaat zijn armen om hen heen en praat over lieve sprookjes die toch blijken te bestaan. Met de baby in haar armen, ontwaakt instinctief het moedergevoel. Ze zal haar beschermen tegen al het onrecht en gevaar in de wereld. Trots welt hevig op, evenals het plotselinge geraas en getril van de ruimte om hen heen, die als een kaartenhuis instort.
[/i]
Lind@ de Jong
Geschreven voor het fantasierijk (Hyves)
Geringd.
De brievenbus kleppert en spuugt folders uit over de mat. Geïrriteerd loop ik naar de deur, gris het papier bijeen en trek de deur open.
Er zit immers niet voor niets een sticker op de deur met ‘geen folders.’
Voor ik iets kan zeggen, neemt de oude man, die nog voor de deur staat, het woord:
“ Je hebt een mooie hobby.”
Verwonderd kijk ik terug. Hoe weet de man dat?
“Hobby?” herhaal ik vragend en doe onbewust een stapje opzij om de man langs te laten, die zonder te vragen langs me heen naar binnen loopt.
“Je bent toch duivenmelker? Dat was mijn mooiste bezigheid, zie je.
Sinds ik ziek ben, kan ik de wedstrijden helaas niet meer uitoefenen en er zaten zulke mooie beestjes bij,” besluit de man zijn vurige betoog. Zijn ogen glimmen donker.
Na die dag zien we elkaar regelmatig. De oude man en ik.
Op een dag zegt hij, dat ik voor hem als de zoon voel, die hij nooit heeft gehad. Trots toont hij zijn bekers en prijzen die hij gewonnen heeft met de wedstrijden.
De laatste tijd overvalt hij me met de haast die hij maakt om informatie uit te wisselen. Met veel enthousiasme en liefde, dat nog steeds. Maar zijn gezicht is vertrokken van pijn. Zijn gezondheid wordt met de dag slechter. Ik maak me ernstig zorgen en maan hem tot rust. Voorzichtig til ik hem uit zijn stoel. Hij voelt licht en breekbaar aan, wanneer ik hem op bed neerleg. Als ik naar de deur loop, hoor ik zacht mijn naam.
‘’Wacht even. Ik wil even iets overleggen. Je moet met mijn huisarts praten, want hij wil niet naar mij luisteren.”
De oude man zucht zwaar voor hij verder gaat.
“Ik wil zo niet meer verder leven. Ik heb al mijn informatie aan jou overgedragen, het is goed zo!”
De man lijkt te slapen. Terwijl ik een grijze pluk haar langs zijn voorhoofd weg veeg, overdenk ik stil zijn wens. Zonder zijn ogen open te doen, pakt hij mijn hand.
“Wil je dat beloven?”
En ik heb het beloofd. Zonder spijt, al mis ik de oude man verschrikkelijk in mijn leven.
De huisarts had uiteindelijk willen helpen, al moest ik hem het min of meer afdwingen.
Het oude hek kraakt. De roestige scharnieren geven moeizaam mee.
Knerpende steentjes schieten weg onder mijn zolen, terwijl ik het bekende pad af loop.
Het graf ligt er mooi verzorgd bij in de avondlucht. Ik kniel naast het bed violen en steek het windlicht aan.
Ik praat hardop en vertel dat mijn duiven vandaag voor de derde keer op rij hebben gewonnen in een half jaar tijd. Terwijl ze vroeger nog geen tiende werden op de lange afstand.
Het wordt koud. Ik blaas wolkjes lucht uit, terwijl ik de oude man bedank.
Mijn vinger volgt de sierlijke tekst, die in het marmer uitgesneden is.
Verwondering is het begin van wijsheid.
©Lind@ de Jong.
Ps. Voor jou, omdat dit verhaal niet verloren mag gaan.
Er zit immers niet voor niets een sticker op de deur met ‘geen folders.’
Voor ik iets kan zeggen, neemt de oude man, die nog voor de deur staat, het woord:
“ Je hebt een mooie hobby.”
Verwonderd kijk ik terug. Hoe weet de man dat?
“Hobby?” herhaal ik vragend en doe onbewust een stapje opzij om de man langs te laten, die zonder te vragen langs me heen naar binnen loopt.
“Je bent toch duivenmelker? Dat was mijn mooiste bezigheid, zie je.
Sinds ik ziek ben, kan ik de wedstrijden helaas niet meer uitoefenen en er zaten zulke mooie beestjes bij,” besluit de man zijn vurige betoog. Zijn ogen glimmen donker.
Na die dag zien we elkaar regelmatig. De oude man en ik.
Op een dag zegt hij, dat ik voor hem als de zoon voel, die hij nooit heeft gehad. Trots toont hij zijn bekers en prijzen die hij gewonnen heeft met de wedstrijden.
De laatste tijd overvalt hij me met de haast die hij maakt om informatie uit te wisselen. Met veel enthousiasme en liefde, dat nog steeds. Maar zijn gezicht is vertrokken van pijn. Zijn gezondheid wordt met de dag slechter. Ik maak me ernstig zorgen en maan hem tot rust. Voorzichtig til ik hem uit zijn stoel. Hij voelt licht en breekbaar aan, wanneer ik hem op bed neerleg. Als ik naar de deur loop, hoor ik zacht mijn naam.
‘’Wacht even. Ik wil even iets overleggen. Je moet met mijn huisarts praten, want hij wil niet naar mij luisteren.”
De oude man zucht zwaar voor hij verder gaat.
“Ik wil zo niet meer verder leven. Ik heb al mijn informatie aan jou overgedragen, het is goed zo!”
De man lijkt te slapen. Terwijl ik een grijze pluk haar langs zijn voorhoofd weg veeg, overdenk ik stil zijn wens. Zonder zijn ogen open te doen, pakt hij mijn hand.
“Wil je dat beloven?”
En ik heb het beloofd. Zonder spijt, al mis ik de oude man verschrikkelijk in mijn leven.
De huisarts had uiteindelijk willen helpen, al moest ik hem het min of meer afdwingen.
Het oude hek kraakt. De roestige scharnieren geven moeizaam mee.
Knerpende steentjes schieten weg onder mijn zolen, terwijl ik het bekende pad af loop.
Het graf ligt er mooi verzorgd bij in de avondlucht. Ik kniel naast het bed violen en steek het windlicht aan.
Ik praat hardop en vertel dat mijn duiven vandaag voor de derde keer op rij hebben gewonnen in een half jaar tijd. Terwijl ze vroeger nog geen tiende werden op de lange afstand.
Het wordt koud. Ik blaas wolkjes lucht uit, terwijl ik de oude man bedank.
Mijn vinger volgt de sierlijke tekst, die in het marmer uitgesneden is.
Verwondering is het begin van wijsheid.
©Lind@ de Jong.
Ps. Voor jou, omdat dit verhaal niet verloren mag gaan.
zondag 9 mei 2010
Rokjesweer 2010 ( Eerbetoon aan Martin Bril)
Het is een stralende morgen. Eindelijk blote benenweer. Martin Bril knikt goedkeurend vanuit de blauwe hemel. Ik jubel en voel de voorpret. Een kriebel kruipt omhoog vanuit mijn tenen en blijft ergens steken in mijn buik. Douchen en dan snel naar buiten, heerlijk.
In de badkamer kijk ik nog snel in de spiegel. Fronsend scheld ik op het licht. Je ziet alles. Tijd om wenkbrauw en andere beharing die niet voldoet eruit te trekken. Waar zijn het pincet en de hars? Wacht, ondertussen ook maar even snel de oksels doen. Het zwiert stukken beter met gladde oksels in een zomerjurkje.
Ondertussen kijk ik naar beneden en zie... Juist, hoog tijd om ook de rest bij te werken. Je zult straks net lekker liggen en dan bekenden tegenkomen Dat kan dus echt niet. Nog voor ik onder de douche sta, bedenk ik, dat een maskertje ook best lekker is. Eerst maar smeren, kan het ondertussen goed intrekken. En nu de benen nog. Ik pak het goed bewaarde martelwerktuig uit de kast, de Epilady. Pijnlijk, maar dan heb je wel wat, of eigenlijk juist niet. Ik zet mijn tanden op elkaar en verbijt me. Na een paar minuten slaan de zenuwen dood, weet ik inmiddels uit ervaring, maar wat duren die verdraaide minuten ineens lang. Wie mooi wil zijn, moet pijn lijden, zei mijn moeder altijd. Damn, wat haat ik gezegdes.
Goed werk. Nu de finishing touch nog. De teennagels bijwerken en lakken, want dat staat zo leuk in een zomerschoentje. Ik heb ze in geen tijden meer gelakt. De lak is helemaal hard geworden en het is er niet meer fatsoenlijk op te krijgen. Er maar weer af dan en een ander kleurtje zoeken. Beetje glans op de lippen, haren in een staart. Met een glimlach bekijk ik het resultaat in de spiegel.
Met mijn lippen getuit, zeg ik tegen mezelf: “Aan the looks kan het niet meer liggen, babe.”
Stoel, boekje, zonnebril, mobiel, iets te drinken, check. Met een triomfantelijke zucht nestel ik me in de stoel, Klaar! Shit, waar is de zon nu?
Lind@ de Jong
In de badkamer kijk ik nog snel in de spiegel. Fronsend scheld ik op het licht. Je ziet alles. Tijd om wenkbrauw en andere beharing die niet voldoet eruit te trekken. Waar zijn het pincet en de hars? Wacht, ondertussen ook maar even snel de oksels doen. Het zwiert stukken beter met gladde oksels in een zomerjurkje.
Ondertussen kijk ik naar beneden en zie... Juist, hoog tijd om ook de rest bij te werken. Je zult straks net lekker liggen en dan bekenden tegenkomen Dat kan dus echt niet. Nog voor ik onder de douche sta, bedenk ik, dat een maskertje ook best lekker is. Eerst maar smeren, kan het ondertussen goed intrekken. En nu de benen nog. Ik pak het goed bewaarde martelwerktuig uit de kast, de Epilady. Pijnlijk, maar dan heb je wel wat, of eigenlijk juist niet. Ik zet mijn tanden op elkaar en verbijt me. Na een paar minuten slaan de zenuwen dood, weet ik inmiddels uit ervaring, maar wat duren die verdraaide minuten ineens lang. Wie mooi wil zijn, moet pijn lijden, zei mijn moeder altijd. Damn, wat haat ik gezegdes.
Goed werk. Nu de finishing touch nog. De teennagels bijwerken en lakken, want dat staat zo leuk in een zomerschoentje. Ik heb ze in geen tijden meer gelakt. De lak is helemaal hard geworden en het is er niet meer fatsoenlijk op te krijgen. Er maar weer af dan en een ander kleurtje zoeken. Beetje glans op de lippen, haren in een staart. Met een glimlach bekijk ik het resultaat in de spiegel.
Met mijn lippen getuit, zeg ik tegen mezelf: “Aan the looks kan het niet meer liggen, babe.”
Stoel, boekje, zonnebril, mobiel, iets te drinken, check. Met een triomfantelijke zucht nestel ik me in de stoel, Klaar! Shit, waar is de zon nu?
Lind@ de Jong
zondag 11 april 2010
De laatste uren van Megan Brown
Vervolg op Medeplichtig
“Keer om, keer de auto indien mogelijk om!” zegt de vrouwelijke variant van de Tom Tom steeds indringender.
“Houd toch je kop mens. Als dat zo gemakkelijk was, had ik hier niet gereden in het holst van de nacht,”zegt Megan. Tranen biggelen over haar gloeiende wangen en trekken zwarte sporen mascara. Ik heb er een zooitje van gemaakt. Ik had veel eerder aan de rem moeten trekken, in plaats van maar door te gaan en het uiterste van mezelf te vergen. En nu? Nu is het te laat. Er is geen ommekeer meer mogelijk. Alles om haar heen had steeds seintjes gegeven dat het anders moest, maar ze had het niet willen inzien.
De TomTom blijft hangen op een afbeelding van de 910 met daarbij de tekst:
Find your way the easy way.
“Noem dat maar easy”, zegt Megan verbeten. Overal weet TT altijd de weg, kent alle vertrek- en aankomsttijden van en naar de bestemming maar niet in dit godverlaten oord. Megan drukt gefrustreerd op alle knopjes om de straatnamen opnieuw in te voeren.
“Bestemming bereikt,” zegt de computerstem onverbiddelijk.
Ze kijkt om zich heen. Er zijn maar weinig aanknopingspunten te vinden behalve bos en bomen en zeker geen bestemming. Misschien zou ze een stukje door moeten rijden? Megan bekijkt de kaart en probeert zich te oriënteren op de omgeving. Hier moet ze niet verdwalen.
In gedachten, vult geruzie de auto. Ze schudt haar hoofd om het weer helder te krijgen. Geen tijd voor oud zeer. Ze moet opschieten, ze weet waar ze het voor doet. Hoe hard was de eerste klap aangekomen? Niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk. Ze ziet zichzelf nog wegkruipen, achteruit, weg van de klappen. Ze had nooit gedacht dat hij daartoe in staat was en dat ze het zou pikken. Alles had ze hem gegeven, haar jeugd haar schoonheid en haar trots, tot ze hem had betrapt met een ander. Sinds de bewuste dag, was ze hem gaan controleren. Ze checkte alles.
Zijn zakken, zijn mobiel en zelfs zijn wachtwoord van de computer had ze weten te kraken. Onderhuids was ze woedend geworden. Hij bleek er een heel dubbelleven op na te houden. Er stonden allemaal mailtjes van vrouwen waar hij seksafspraken mee had gehad, ze wilde ieder detail weten. Hoe verder Megan spitte des te dieper en walgelijker bleek de beerput te worden. Miljoenen bleken ze te bezitten, waarom had zij daar nooit iets van gemerkt? Waar had hij dat verstopt? En hoe kwam hij daaraan? Allemaal vragen die om antwoord schreeuwden.
Ze was hem steeds meer gaan haten, ieder detail dat ze vond, bevestigde het gevoel om hem terug te pakken. Ze kwam er achter dat hij geld door had gesluisd naar een andere bankrekening. En dat hij verstrikt was geraakt in een web van criminele drugsactiviteiten. Wat hij kon, kon zij ook en stukken beter.Ze was niet het domme blondje dat hij voor ogen had en dat zou ze hem laten voelen. Gek genoeg ververvulde het haar met trots, dat ze er niet aan onderdoor ging maar haar eigen spelregels maakte. Ogenschijnlijk bleef ze er koel onder maar damn, ondertussen had ze hele plannen uitgedacht.
Bloed raasde door haar aderen, toen ze in zijn naam een afspraak maakte met een grote crimineel, ene Omar. Het zou gaan om een grote transactie van drugs en vrouwen. Haar hart bonsde van pure opwinding bijna uit haar borstkas. Het geld had ze overgemaakt op een Zwitserse bankrekening. Nu moest ze haar man nog op de plaats van bestemming krijgen en op het juiste tijdstip, ook dat regelde ze. Met een mailtje uit naam van een van zijn sletjes.
Ondanks dat ze een heel vluchtplan klaar had en een koffer achterin haar auto, was ze de bewuste dag van de grote afspraak met Omar zenuwachtig. Ze was benieuwd of haar plan zou werken en het was hoogspel om een topcrimineel in te zetten. Ze had afgewacht en was later voorzichtig op de plaats van afspraak gaan kijken. Daar zag ze hem op grote afstand al liggen. Haar man. Geknakt en vernederd door de dood. Haar hart maakt een buiteling een snik welt op in haar keel. Wat had ze gedaan?
Nu geen spijt hebben meisje, suste Megan zichzelf. Tijd voor een nieuw leven, tijd voor een nieuwe Megan. Ze zou het geld pas opnemen in Zwitserland en daar een nieuw leven beginnen.
Een geluid roept haar terug naar het bos, waar ze met de kaart op schoot door de beslagen ramen staart. Vol emotie heeft ze de auto niet opgemerkt die al een tijdje achter haar aan heeft gereden. Plots welt licht van koplampen op in de achteruitkijkspiegel.
‘Shit’… adem stokt in de keel, als de auto met grote snelheid die van haar ramt. Haar portier wordt opengerukt.
Handen trekken haar met geweld achter het stuur vandaan en slepen haar doelgericht dieper het bos in. De geur van natte bladeren dringt haar neus binnen. Ongevoelig voor haar smeekbede, gooit hij haar voor zich neer. Zijn gezicht komt even heel dichtbij terwijl hij een pistool op haar richt.
“Dus jij wilde een spelletje met mij spelen?” bijt Omar haar toe terwijl hij de trekker overhaalt.
Lind@ de Jong
“Keer om, keer de auto indien mogelijk om!” zegt de vrouwelijke variant van de Tom Tom steeds indringender.
“Houd toch je kop mens. Als dat zo gemakkelijk was, had ik hier niet gereden in het holst van de nacht,”zegt Megan. Tranen biggelen over haar gloeiende wangen en trekken zwarte sporen mascara. Ik heb er een zooitje van gemaakt. Ik had veel eerder aan de rem moeten trekken, in plaats van maar door te gaan en het uiterste van mezelf te vergen. En nu? Nu is het te laat. Er is geen ommekeer meer mogelijk. Alles om haar heen had steeds seintjes gegeven dat het anders moest, maar ze had het niet willen inzien.
De TomTom blijft hangen op een afbeelding van de 910 met daarbij de tekst:
Find your way the easy way.
“Noem dat maar easy”, zegt Megan verbeten. Overal weet TT altijd de weg, kent alle vertrek- en aankomsttijden van en naar de bestemming maar niet in dit godverlaten oord. Megan drukt gefrustreerd op alle knopjes om de straatnamen opnieuw in te voeren.
“Bestemming bereikt,” zegt de computerstem onverbiddelijk.
Ze kijkt om zich heen. Er zijn maar weinig aanknopingspunten te vinden behalve bos en bomen en zeker geen bestemming. Misschien zou ze een stukje door moeten rijden? Megan bekijkt de kaart en probeert zich te oriënteren op de omgeving. Hier moet ze niet verdwalen.
In gedachten, vult geruzie de auto. Ze schudt haar hoofd om het weer helder te krijgen. Geen tijd voor oud zeer. Ze moet opschieten, ze weet waar ze het voor doet. Hoe hard was de eerste klap aangekomen? Niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk. Ze ziet zichzelf nog wegkruipen, achteruit, weg van de klappen. Ze had nooit gedacht dat hij daartoe in staat was en dat ze het zou pikken. Alles had ze hem gegeven, haar jeugd haar schoonheid en haar trots, tot ze hem had betrapt met een ander. Sinds de bewuste dag, was ze hem gaan controleren. Ze checkte alles.
Zijn zakken, zijn mobiel en zelfs zijn wachtwoord van de computer had ze weten te kraken. Onderhuids was ze woedend geworden. Hij bleek er een heel dubbelleven op na te houden. Er stonden allemaal mailtjes van vrouwen waar hij seksafspraken mee had gehad, ze wilde ieder detail weten. Hoe verder Megan spitte des te dieper en walgelijker bleek de beerput te worden. Miljoenen bleken ze te bezitten, waarom had zij daar nooit iets van gemerkt? Waar had hij dat verstopt? En hoe kwam hij daaraan? Allemaal vragen die om antwoord schreeuwden.
Ze was hem steeds meer gaan haten, ieder detail dat ze vond, bevestigde het gevoel om hem terug te pakken. Ze kwam er achter dat hij geld door had gesluisd naar een andere bankrekening. En dat hij verstrikt was geraakt in een web van criminele drugsactiviteiten. Wat hij kon, kon zij ook en stukken beter.Ze was niet het domme blondje dat hij voor ogen had en dat zou ze hem laten voelen. Gek genoeg ververvulde het haar met trots, dat ze er niet aan onderdoor ging maar haar eigen spelregels maakte. Ogenschijnlijk bleef ze er koel onder maar damn, ondertussen had ze hele plannen uitgedacht.
Bloed raasde door haar aderen, toen ze in zijn naam een afspraak maakte met een grote crimineel, ene Omar. Het zou gaan om een grote transactie van drugs en vrouwen. Haar hart bonsde van pure opwinding bijna uit haar borstkas. Het geld had ze overgemaakt op een Zwitserse bankrekening. Nu moest ze haar man nog op de plaats van bestemming krijgen en op het juiste tijdstip, ook dat regelde ze. Met een mailtje uit naam van een van zijn sletjes.
Ondanks dat ze een heel vluchtplan klaar had en een koffer achterin haar auto, was ze de bewuste dag van de grote afspraak met Omar zenuwachtig. Ze was benieuwd of haar plan zou werken en het was hoogspel om een topcrimineel in te zetten. Ze had afgewacht en was later voorzichtig op de plaats van afspraak gaan kijken. Daar zag ze hem op grote afstand al liggen. Haar man. Geknakt en vernederd door de dood. Haar hart maakt een buiteling een snik welt op in haar keel. Wat had ze gedaan?
Nu geen spijt hebben meisje, suste Megan zichzelf. Tijd voor een nieuw leven, tijd voor een nieuwe Megan. Ze zou het geld pas opnemen in Zwitserland en daar een nieuw leven beginnen.
Een geluid roept haar terug naar het bos, waar ze met de kaart op schoot door de beslagen ramen staart. Vol emotie heeft ze de auto niet opgemerkt die al een tijdje achter haar aan heeft gereden. Plots welt licht van koplampen op in de achteruitkijkspiegel.
‘Shit’… adem stokt in de keel, als de auto met grote snelheid die van haar ramt. Haar portier wordt opengerukt.
Handen trekken haar met geweld achter het stuur vandaan en slepen haar doelgericht dieper het bos in. De geur van natte bladeren dringt haar neus binnen. Ongevoelig voor haar smeekbede, gooit hij haar voor zich neer. Zijn gezicht komt even heel dichtbij terwijl hij een pistool op haar richt.
“Dus jij wilde een spelletje met mij spelen?” bijt Omar haar toe terwijl hij de trekker overhaalt.
Lind@ de Jong
zaterdag 3 april 2010
Medeplichtig
Tweeluik
“Om het geheel wat minder steriel te maken Jack,” had Anna tegen hem gezegd.
“ Mannen hebben daar geen oog voor. Het is de vrouwelijke touch, waar het jullie aan ontbreekt.”
Hij had er om gelachen. Jacks ogen gaan van het bloemstuk naar het lichaam van de dode vrouw, op zijn onderzoektafel. Zij had de vrouwelijke touch niet meer nodig, of was dat juist de reden geweest waarom ze nu hier lag? Hij kijkt van haar voet naar het kaartje aan haar grote teen en leest haar naam hardop: Megan Brown.
Haar voet vertedert hem. De nagels verzorgd en gelakt in een zacht roze tint. Geen oog voor detail, denkt hij. Nou Anna zeker wel het hangt er alleen vanaf, welk!
Met een stift zet Jack spaarzaam wat lijnen op het lichaam, die hij straks zal gaan snijden. Buitengewoon zonde van zo’n gaaf lichaam. Beelden dringen op. Wat bezielt iemand om een jonge vrouw zo af te tuigen en te vermoorden? Hij kijkt naar de breuken, kneuzingen en schrammen op haar lichaam en legt alles vakkundig vast met de camera. Met kennersblik bekijkt hij haar nagels die stuk en blauw zijn. De geur van omgewoelde aarde hangt nog aan haar koude handen. Geroutineerd neemt hij kweekjes van het weefsel onder haar nagels en van wang- en neusslijm.
“Hoe ben ik er ooit op gekomen om patholoog te worden? Waarom heb ik geen normaal beroep gekozen, toen ik nog een kans had?” verzucht hij.
“Misschien omdat je er goed in bent?” klinkt het antwoord van agent Susan Morris, die net door de deur naar binnen loopt. “Hoe ver ben je al? Je weet dat ik je niet onder druk wil zetten Jack, maar het is belangrijk. We hebben nu twee doden die in verband staan met elkaar en een gevaarlijke gek die buiten rondloopt!”
“Als je snel resultaat wil zien, kun je me beter met rust laten,” bijt hij haar kortaf toe. Susan kijkt fronsend naar hem op en doet haar mond open om iets te zeggen. Jacks blik weerhoudt haar echter. In plaats daarvan zegt ze op een licht spottende toon:
“Wat ruikt het hier lekker, heb je een nieuwe aftershave?”
Jack richt zich weer op Megan. Het geluid van de klapdeuren geeft aan dat hij weer alleen is. Hij recht zijn schouders. ’Vrouwen!’
Hij zet het kapje weer terug op zijn neus. Eén enkel gaatje door haar hart. Het zou genoeg geweest zijn om te doden. Hij pakt met een pincet het kogeltje eruit. Het is een 9 millimeter patroon, afkomstig uit een Heckler& Koch pistool. Snel en trefzeker. Blijkbaar had de dader een punt willen maken, want hij had meer geweld gebruikt dan nodig was. Jack draait het lichaam om. Een plotselinge aanval van duizeligheid doet hem steun zoeken tegen de tafel. Hij wist het natuurlijk al wel, maar de aanblik doet hem toch naar lucht happen ondanks zijn jaren ervaring. Met vuurrode letters staat er ‘game over’ in haar rug gekerfd.
Jack weet, dat het eerst gevonden slachtoffer Megan‘s echtgenoot was.
Wat was er in vredesnaam gebeurd? Ook de man had één kogel dwars door zijn hart gehad en één in zijn voorhoofd van hetzelfde kaliber. Een criminele afrekening? Een crime passionele?
Het lijkt geen impulsieve daad. De dader had alle tijd genomen. In gedachte ziet hij de vuurrode letters weer staan. Game over.
“Een spel zonder spelers is slechts verlies,” zegt hij zacht terwijl hij het lange blonde haar van Megan uit haar gezicht strijkt.
©Lind@ de Jong
Deel 2 volgt.
Een zware bloemengeur verdringt de geur van de dood die in de kamer hangt. Jack grimast, het lijkt hier verdraaid wel een bloemenwinkel. De geur is afkomstig van een flink bloemstuk met hyacinten. De secretaresse had het ’s ochtends vers op zijn bureau gezet.
“Om het geheel wat minder steriel te maken Jack,” had Anna tegen hem gezegd.
“ Mannen hebben daar geen oog voor. Het is de vrouwelijke touch, waar het jullie aan ontbreekt.”
Hij had er om gelachen. Jacks ogen gaan van het bloemstuk naar het lichaam van de dode vrouw, op zijn onderzoektafel. Zij had de vrouwelijke touch niet meer nodig, of was dat juist de reden geweest waarom ze nu hier lag? Hij kijkt van haar voet naar het kaartje aan haar grote teen en leest haar naam hardop: Megan Brown.
Haar voet vertedert hem. De nagels verzorgd en gelakt in een zacht roze tint. Geen oog voor detail, denkt hij. Nou Anna zeker wel het hangt er alleen vanaf, welk!
Met een stift zet Jack spaarzaam wat lijnen op het lichaam, die hij straks zal gaan snijden. Buitengewoon zonde van zo’n gaaf lichaam. Beelden dringen op. Wat bezielt iemand om een jonge vrouw zo af te tuigen en te vermoorden? Hij kijkt naar de breuken, kneuzingen en schrammen op haar lichaam en legt alles vakkundig vast met de camera. Met kennersblik bekijkt hij haar nagels die stuk en blauw zijn. De geur van omgewoelde aarde hangt nog aan haar koude handen. Geroutineerd neemt hij kweekjes van het weefsel onder haar nagels en van wang- en neusslijm.
“Hoe ben ik er ooit op gekomen om patholoog te worden? Waarom heb ik geen normaal beroep gekozen, toen ik nog een kans had?” verzucht hij.
“Misschien omdat je er goed in bent?” klinkt het antwoord van agent Susan Morris, die net door de deur naar binnen loopt. “Hoe ver ben je al? Je weet dat ik je niet onder druk wil zetten Jack, maar het is belangrijk. We hebben nu twee doden die in verband staan met elkaar en een gevaarlijke gek die buiten rondloopt!”
“Als je snel resultaat wil zien, kun je me beter met rust laten,” bijt hij haar kortaf toe. Susan kijkt fronsend naar hem op en doet haar mond open om iets te zeggen. Jacks blik weerhoudt haar echter. In plaats daarvan zegt ze op een licht spottende toon:
“Wat ruikt het hier lekker, heb je een nieuwe aftershave?”
Jack richt zich weer op Megan. Het geluid van de klapdeuren geeft aan dat hij weer alleen is. Hij recht zijn schouders. ’Vrouwen!’
Hij zet het kapje weer terug op zijn neus. Eén enkel gaatje door haar hart. Het zou genoeg geweest zijn om te doden. Hij pakt met een pincet het kogeltje eruit. Het is een 9 millimeter patroon, afkomstig uit een Heckler& Koch pistool. Snel en trefzeker. Blijkbaar had de dader een punt willen maken, want hij had meer geweld gebruikt dan nodig was. Jack draait het lichaam om. Een plotselinge aanval van duizeligheid doet hem steun zoeken tegen de tafel. Hij wist het natuurlijk al wel, maar de aanblik doet hem toch naar lucht happen ondanks zijn jaren ervaring. Met vuurrode letters staat er ‘game over’ in haar rug gekerfd.
Jack weet, dat het eerst gevonden slachtoffer Megan‘s echtgenoot was.
Wat was er in vredesnaam gebeurd? Ook de man had één kogel dwars door zijn hart gehad en één in zijn voorhoofd van hetzelfde kaliber. Een criminele afrekening? Een crime passionele?
Het lijkt geen impulsieve daad. De dader had alle tijd genomen. In gedachte ziet hij de vuurrode letters weer staan. Game over.
“Een spel zonder spelers is slechts verlies,” zegt hij zacht terwijl hij het lange blonde haar van Megan uit haar gezicht strijkt.
©Lind@ de Jong
Deel 2 volgt.
dinsdag 16 februari 2010
Moordverhalen
http://olinthos.hyves.nl/blog/31465251/Moordverhalen/4lYX/
De wind is gemeen koud geworden, sinds Pien op haar fiets is gestapt om naar haar werk te gaan. Huiverend trekt ze haar wollen Jas steviger om zich heen. De huisarts had haar beweging aangeraden, maar zelf zou ze veel liever met de auto zijn gegaan. Haar rug doet behoorlijk pijn. Een vervelend gevoel kruipt samen met de kou in haar lijf. Damn ze haat deze weg. Het is zo’n dorpsweg langs het bos, waar ze steeds de kant in moet voor auto’s. Ze houdt zich voor, dat het fietspad al bijna in zicht is, dan kan ze weer ontspannen.
Een man trekt haar aandacht. Hij wacht tot ze voorbij is om in te voegen op het fietspad. Hij loopt wat moeilijk met één hand aan het stuur en in zijn andere een bako. Terwijl ze hem voorbij fietst, bekijkt Pien hem zijlings. Ze fronst licht wanneer ze zijn gele schoenen opmerkt. Wat een rare snuiter. Hij knikt naar haar terwijl ze voorbij fietst. Onbewust versnelt ze haar ritme.
Haar gedachten dwalen af. Sinds ze moordverhalen schrijft, bekijkt ze de wereld met andere ogen. Ineens kan iedereen een potentiële moordenaar zijn. Ze moet er zelf om lachen. Hele scenario’s bedenkt ze onder het trappen. Soms staat ze even stil om flarden van zinnen neer te pennen in het notitieboekje, dat ze altijd bij zich heeft. Woorden, die niet mogen worden vergeten en die straks nieuwe verhalen vormen. Maar vandaag niet. Ze kijkt over haar schouder of de man er nog is. Zou hij net een klusje hebben gedaan, in een van de huizen die langs de weg staat of…
Pien toch! Vermanend spreekt ze zichzelf in gedachten toe.
De rest van de dag heeft ze het zo druk, dat de tijd omvliegt. Voor ze er erg in heeft, zit ze al weer op de fiets. De huisarts had nog gebeld om door te geven, dat hij voor vandaag een afspraak bij de chiropractor had gemaakt. Pien is benieuwd of het zal helpen.
Nadat de assistente gegevens heeft opgenomen en Pien een handdoek heeft gegeven tegen de kou, maant zij Pien vooral te blijven liggen, omdat de therapeut nog even met een klusje bezig is. Pien vindt het best. Ze ligt goed zo. Haar enige uitzicht is saai linoleum en al snel voelt ze zich doezelig en warm worden onder de dikke handdoek.
“Kijk is aan, de tweede keer voor vandaag,” zegt een stem, die haar plots wakker doet schrikken. Terwijl gele schoenen haar gezichtsveld binnen stappen, schiet Pien eensklaps omhoog.
“Ik zie het probleem, daar zit erg veel spanning,” zegt de therapeut met een grijns.
Een klop op de deur en het hoofd van de assistente verschijnt door de deuropening. ” Ik wil je nog bedanken voor ik naar huis ga, de verwarming doet het weer!”
Opgelucht gaat Pien weer liggen. Terwijl de therapeut zijn handen om haar nek legt, schiet haar plots de kop van een krantenartikel binnen, die ze die morgen had gelezen:
‘Manuele therapie kan gevaarlijk zijn en bloeding in de hersenen veroorzaken…..’
Lind@ de Jong
De wind is gemeen koud geworden, sinds Pien op haar fiets is gestapt om naar haar werk te gaan. Huiverend trekt ze haar wollen Jas steviger om zich heen. De huisarts had haar beweging aangeraden, maar zelf zou ze veel liever met de auto zijn gegaan. Haar rug doet behoorlijk pijn. Een vervelend gevoel kruipt samen met de kou in haar lijf. Damn ze haat deze weg. Het is zo’n dorpsweg langs het bos, waar ze steeds de kant in moet voor auto’s. Ze houdt zich voor, dat het fietspad al bijna in zicht is, dan kan ze weer ontspannen.
Een man trekt haar aandacht. Hij wacht tot ze voorbij is om in te voegen op het fietspad. Hij loopt wat moeilijk met één hand aan het stuur en in zijn andere een bako. Terwijl ze hem voorbij fietst, bekijkt Pien hem zijlings. Ze fronst licht wanneer ze zijn gele schoenen opmerkt. Wat een rare snuiter. Hij knikt naar haar terwijl ze voorbij fietst. Onbewust versnelt ze haar ritme.
Haar gedachten dwalen af. Sinds ze moordverhalen schrijft, bekijkt ze de wereld met andere ogen. Ineens kan iedereen een potentiële moordenaar zijn. Ze moet er zelf om lachen. Hele scenario’s bedenkt ze onder het trappen. Soms staat ze even stil om flarden van zinnen neer te pennen in het notitieboekje, dat ze altijd bij zich heeft. Woorden, die niet mogen worden vergeten en die straks nieuwe verhalen vormen. Maar vandaag niet. Ze kijkt over haar schouder of de man er nog is. Zou hij net een klusje hebben gedaan, in een van de huizen die langs de weg staat of…
Pien toch! Vermanend spreekt ze zichzelf in gedachten toe.
De rest van de dag heeft ze het zo druk, dat de tijd omvliegt. Voor ze er erg in heeft, zit ze al weer op de fiets. De huisarts had nog gebeld om door te geven, dat hij voor vandaag een afspraak bij de chiropractor had gemaakt. Pien is benieuwd of het zal helpen.
Nadat de assistente gegevens heeft opgenomen en Pien een handdoek heeft gegeven tegen de kou, maant zij Pien vooral te blijven liggen, omdat de therapeut nog even met een klusje bezig is. Pien vindt het best. Ze ligt goed zo. Haar enige uitzicht is saai linoleum en al snel voelt ze zich doezelig en warm worden onder de dikke handdoek.
“Kijk is aan, de tweede keer voor vandaag,” zegt een stem, die haar plots wakker doet schrikken. Terwijl gele schoenen haar gezichtsveld binnen stappen, schiet Pien eensklaps omhoog.
“Ik zie het probleem, daar zit erg veel spanning,” zegt de therapeut met een grijns.
Een klop op de deur en het hoofd van de assistente verschijnt door de deuropening. ” Ik wil je nog bedanken voor ik naar huis ga, de verwarming doet het weer!”
Opgelucht gaat Pien weer liggen. Terwijl de therapeut zijn handen om haar nek legt, schiet haar plots de kop van een krantenartikel binnen, die ze die morgen had gelezen:
‘Manuele therapie kan gevaarlijk zijn en bloeding in de hersenen veroorzaken…..’
Lind@ de Jong
Abonneren op:
Posts (Atom)
